TERUG NAAR ARTIKEL

ALS ENGELEN VERMOMD

MASQUERADE OF ANGELS

©Karla Turner, Ph.D. en Ted Rice

Kelt Works

Vertaling 1

Vertaling: Paul Harmans

Link naar pdf file met de complete tekst van het boek:
http://www.karlaturner.org/Karla%20Turner%20-%20Masquerade%20of%20Angels.pdf

(Eventueel linksboven kiezen voor ‘Kopie opslaan’.)

Voorwoord ufowijzer
‘Masquerade of Angels’ is de titel van een boek dat is geschreven door Karla Turner. Het is het waargebeurde verhaal van het buitenaardse ontvoeringsslachtoffer Ted Rice. Ik heb niet het hele boek (257 pagina’s) vertaald, maar in vertaling 1 slechts het voorwoord, de introductie en de eerste hypnosesessie (blz. 195 t/m 206) waarin het Ted Rice duidelijk wordt hoe hij als kind op achtjarige leeftijd werd ontvoerd en wat er met hem gebeurde. In vertaling 2 de tweede hypnosesessie (blz. 229 t/m 237) waarin naar boven komt wat hem als kind op tienjarige leeftijd samen met zijn grootmoeder is overkomen.

Voorwoord door Barbara Bartholic, Tulsa, Oklahoma september 1994
De middagzon die door de glazen wand viel verlichte mijn kantoor terwijl ik in gedachten verzonken zat te kijken naar het mooie herfstweer, de takken van de wilgen die zacht het wateroppervlak van het meer waarop vele eenden dobberden beroerden. De scherpe toon van de telefoon rukte mij abrupt uit mijn mijmeringen, maar het warme geluid aan de andere kant van de lijn was dat van mijn collega en vertrouwelinge dr. Karla Turner. Ze begon mij de details te vertellen van een man die zich bewust een verzameling buitenaardse ontvoeringen herinnerde. Omdat ik eerder een gelijkwaardige zaak in het landelijk gebied aan de rand van Tulsa had gedocumenteerd, zegde ik al snel mijn hulp toe om haar te helpen bij haar onderzoek naar deze zaak.

Op drie november, twee weken na dr. Turner’s eerste telefoontje, stapte Ted Rice bij mij over de drempel en de zekere realiteit, die wij beiden eens kenden, werd nooit meer dezelfde. Als eerste viel je zijn intelligente, warme, persoonlijke manier van doen op en kort daarna kon ik zijn aanstekelijke stijl van humor wel waarderen, welke een huiskamer vol met schaterend publiek om genade zou doen smeken gedurende zijn talloze komische acts. In tegenstrijd daarmee was dat de serieuze kant van Ted Rice een buitengewone paranormale begaafdheid en een ontvankelijke bekwaamheid liet zien, wat hem in staat stelde door de versluierde, donkere vensters te turen in een vreemde onderwereld.

Ja, we hebben gevraagd de waarheid te mogen zien, in de wetenschap dat de waarheid ons vrij maakt. Toch was geen van ons voorbereid op de ontdekkingen die op het punt stonden gedaan te worden. Ik had gedurende de jaren honderden ontvoeringsmeldingen onderzocht en bewijs gedocumenteerd dat in de meeste gevallen was verkregen uit gedeeltelijke, incomplete, vluchtige blikken op de gebeurtenissen. De herinneringen aan dergelijke gebeurtenissen zijn constant wazig door lagen van verwarring en misleiding, schermen die de ontvoerden weghouden van de ontdekking van de ware aard van hun ontmoetingen. Ik heb methoden ontwikkeld die ontvoerden helpen deze schermen te doorbreken.

Het werken met Ted, om de lagen van misleiding en verbeelding af te pellen en de diepten van de geest te peilen, vereiste lange uren van geconcentreerde aandacht. Deze intense beproeving onthulde een man met een enorme moed, met de wil te geloven, de wil om zichzelf herhaaldelijk te begeven in een mentale martelkamer waarin de waarheid werkelijkheid werd. En zelfs als die werkelijkheid hem dicht bij een emotionele crisis bracht, volharde Ted Rice in hartverscheurende uren van tranen en herinneringen, terwijl hij werkte naar herstel en erkenning. Door zijn onophoudelijke inspanning en vastberadenheid, hebben wij allemaal een groter begrip verkregen van deze misleidende buitenaardse betrekking met de mensheid.

Introductie door dr. Karla Turner
Bestemming. Karma. God’s plan voor uw leven. Hoe u het ook zou willen noemen, er is een kracht aan het werk – in het algemeen – in deze wereld welke ons kan doen bewegen als pionnen op een speelbord. De meesten van ons gaan door het leven met het idee dat we de controle over alle dingen hebben, niet gewaar van de subtiele aanrakingen door de hand van het lot. In de vermomming van toeval onthult het zichzelf zelden. Maar in het leven van sommige mensen zijn deze manipulaties meer direct, meer opvallend en vaak meer schrikwekkender dan onze ergste nachtmerries.

Als onderzoekster van een fenomeen met hoge vreemdheidsgraad, de ontvoering van mensen door niet-menselijke wezens, heb ik gesproken met vele geestelijk gezonde mensen wier ervaringen bizarre ontmoetingen met ‘buitenaardse’ entiteiten inhielden die fysieke handelingen op hen uitvoerden en hen boodschappen gaven in de vorm van voorspellingen, waarschuwingen en esoterische informatie.

In de meeste gevallen lijken buitenaardse ontmoetingen zeldzame inbreuken te zijn in een overigens normaal leven. Maar in het geval van Ted Rice, een zeer paranormaal begaafde man, was het patroon van een geplande manipulatie van zijn leven zeer consistent. Toen ik met het onderzoek van zijn zaak begon had ik geen reden te denken dat deze anders zou zijn dan de honderden andere zaken. Tijdens het graven in zijn achtergronden ontdekte ik echter al snel dat bijna alles in zijn leven was gevormd door een externe kracht. Waar hij woonde, de mensen die hij ontmoette, het werk dat hij uitvoerde en zelfs de details van zijn dromen, alles was gericht op het vormen van Ted in een zeer unieke persoonlijkheid, in het bezit van paranormale begaafdheden en wiens koers door het leven werd gestuwd door de meest buitengewone gebeurtenissen. (Zij die interesse hebben in deze bijzondere gebeurtenissen moeten beslist het hele boek lezen, het is echt heel apart. Vert.)

Tijdens het onderzoek hiervan, ondervraagden Barbara Bartholic en ik bijna dertig mensen die eerstehands informatie over Ted’s verschillende ervaringen hadden en welke in veel gevallen persoonlijk betrokken waren bij de gebeurtenissen die in dit boek worden beschreven. Er werd door enkele van deze mensen hypnotische regressie ondergaan, wat meer informatie opleverde en ondertekende verklaringen van alle betrokken personen zijn geregistreerd en leggen met hun goedkeuring getuigenis af van de verklaringen die hier worden gepresenteerd.

Vanwege de vertrouwelijke informatie zijn echter veel van de namen die in Masquerade of Angels gebruikt worden, pseudoniemen en om de zaak wat eenvoudiger te maken zijn een aantal karakters tot één persoon samengesteld. Maar alle gebeurtenissen zijn exact weergegeven zoals ze hebben plaatsgevonden. Mijn eigen betrokkenheid bij het leven van Ted was een onvermijdelijk deel van het onderzoeksproces, omdat zijn ervaringen aanhielden tijdens de duur van ons onderzoek.

Bij het vertellen van zijn verhaal heb ik mijzelf als derde persoon enkelvoud weergegeven, met de bedoeling alle aandacht op Ted te vestigen. Het is nu duidelijk dat Ted is ‘ontworpen’. Maar door wie, en met welk doel? Het verhaal van zijn leven dat zich ontvouwt op de volgende pagina’s gaat op deze vragen in. En omdat dat verhaal zowel op het gebied van het paranormale ligt als op het gebied van UFO’s en buitenaardse ontvoeringen, geeft het ons een nieuw en verontrustend beeld van het fenomeen dat het leven van duizenden mensen rondom de wereld heeft beïnvloed.

Ondanks dat het mogelijk leest als sciencefiction is Ted’s verhaal echt. Zijn ervaringen verschenen in de realiteit die wij allen delen en wat we leren uit dit verslag vertelt ons wellicht meer over de verborgen aard van die realiteit dan we ooit zouden willen weten.

De eerste hypnosesessie van Ted Rice geleid door Barbara Bartholic
(Er wordt ergens halverwege ingevallen, omdat het eerste deel niet echt de grote zaken behandelde. Vert.)
“Is hier nog iets van betekenis waar we naar zouden moeten kijken?” vroeg Barbara
“Hmm, ik denk het niet,” zei Ted. “Maar er komt iets anders in mij op. Ik ben nog steeds op de boerderij, maar ik ben een beetje ouder en ik leef samen met mijn moeder, vader en broer. We zijn niet in het huis van mijn oma, we zijn in het huis van één van haar pachters, dat ligt aan de andere kant van het veld.” Plotseling huiverde Ted. “Ooh!” zei hij, “Ik weet niet wat dat is! Ik loop van mijn oma’s huis naar ons huis toe. Ik zie dat ding, ik kijk naar de onderkant van iets en er is een soort donker daaronder. Maar rondom de randen is een soort verlichting. Het lijkt bijna alsof het in brand staat.”

Hij pauzeerde voor een moment, in de war. “Ik weet niet wat er daarna gebeurde,” mompelde hij.
“Hoe oud ben je daar als dit gebeurt?”
“Ik weet het niet zeker, maar ik zou zeggen acht. Ik denk dat ik acht jaar oud ben.”
“Begin bij het lopen in het veld, voor het moment waarop je dat ding ziet,” stelde Barbara voor en ze verdiepte het niveau van zijn hypnose. “Vertel me hoe het die dag was, was het overdag?”
“Ik kijk omhoog naar de zon,” begon Ted, “maar het was niet echt de zon.”

Diep in trance liet hij de herinneringen zich ontvouwen, waarbij beelden omhoog kwamen van een morgen van veertig jaar geleden. Terwijl Barbara hem door het proces begeleide ging Ted terug naar een leeftijd van acht jaar en verschafte de volgende informatie, welke hier gepresenteerd wordt in een meer coherente vorm dan het omhoog kwam uit zijn geheugen, afkomstig van een ervaring waarvan hij nooit had verwacht dat die binnenin hem verborgen lag.

Die dag was het bewolkt en somber, maar kleine Teddy gaf daar niet om. Hij hield ervan om in zijn eentje buiten te spelen, rondzwervend door de katoenvelden en kleine dieren achtervolgend die hij uit hun schuilplaatsen opjaagde. Op zijn blote voeten en met een oprijzende stofwolk achter hem. De lucht werd donkerder en Teddy vroeg zich af of er een storm op komst was. Misschien zou hij terug naar huis moeten gaan bedacht hij zich en hij draaide weg van de open velden en ging nu af op het vage grijze huis achter het boerenland. Terwijl hij zo liep, was er iets dat hem omhoog deed kijken. Een licht hoog boven hem scheen naar beneden en Teddy moest zijn ogen bedekken voor de verblindende schittering.

“Dat is niet de zon, toch?” vroeg hij zich af. Maar voordat hij verder kon gaan voelde hij zichzelf omhoog van de grond gaan, niet in staat zich te bewegen, omhoog zwevend naar de bron van dat vreemde licht. In het schitterende licht begon zich een beeld af te tekenen, het beeld van een rasterwerk of rooster. Terwijl hij dat naderde voelde Teddy zichzelf daar doorheen passeren, zoals rook door een rooster en zijn geest werd leeg. Toen hij zich weer gewaar werd van zijn omgeving, zag Teddy dat hij in een vreemde kamer was… en hij was niet alleen.

“Ik zag zojuist een afschuwelijk gezicht,” fluisterde Ted aan Barbara. “Het leek wit als kalk. Het hoofd leek wel van plastic, als een masker. Het had een soort hoekige kin, die naar beneden toe in een V-vorm liep en licht gekromd was. Er zijn twee donkere gaten op de plek van de ogen. Ze lijken meer op gaten dan op iets anders, het lijkt op een leegte.”

Twee kleine, grijze wezens stonden Teddy te bekijken. “Wie zijn jullie?” vroeg hij terwijl hij in verwarring om zich heen keek. “Waar ben ik?” De wezens maakten geen geluid als respons, maar toen begon hij hen in zijn hoofd te horen. Ze vertelden hem dat hij niet hardop hoefde te praten, dat dat niet noodzakelijk was. “Praat maar met je geest met ons”, zo communiceerden ze, maar ze beantwoordden niet zijn vragen. De wezens begeleidden hem naar een klein zitgedeelte en plaatsten hem naast een raam. Teddy schrok van wat hij zag toen hij door het raam naar buiten keek. Hij kon het huis van zijn oma beneden hem zien, maar toen begon hetgeen waarin hij zich bevond te draaien en zeer snel omhoog te bewegen, weg van de boerderij daar beneden.

Heldere, veelkleurige lichten flitste voorbij en het voelde alsof ze op grote snelheid bewogen. De lichten verdwenen en alles wat Teddy nog door het raam kon zien was totale duisternis. Gefascineerd keek hij er een tijdje naar en toen viel hem in de verte iets op. Het was een rond erwt-vormig ding dat groter leek te worden. Maar hij realiseerde zich al snel dat het ronde ding niet groeide, maar dat hij er dichterbij kwam. Het was een donkere, grijs-groene metalige bol, waar stekels onder diverse hoeken uitstaken.

“Herinner je je, als je keek naar die oude films over de Tweede Wereldoorlog, die mijnen die in de oceaan dreven?” vroeg Ted. “Ik zie iets wat daarop lijkt, alleen is het heel groot, met een donkere kleur en ik kan geen ramen erin zien, maar er steken kleine dingen uit.”
“Waar is dit ergens?” vroeg Barbara.
“Ik weet het niet,” antwoordde Ted.

Binnenin het bewegende voertuig bekeek Teddy de nadering bij de stekelige bol, waarvan hij nu kon zeggen dat het van enorme afmetingen was. Hem vielen kleine objecten op die rond de bol vlogen en in en uit de toppen van de stekels vlogen. Teddy kwam steeds dichterbij totdat hij kon zien wat deze objecten waren: metalen toestellen die de uitsteeksels naderden. En hij zag hoe het voertuig waarin hij zich bevond nu zo manoeuvreerde dat het één van die openingen kon binnen vliegen.

Toen het voertuig eenmaal binnen de grote bol was, kwam het tot rust op een gigantisch platform. Hij werd naar buiten geleid door de twee grijze wezens in wat leek op het centrale gedeelte van een vreemde omgeving. De top van de structuur lag zo ver boven hem dat hij die bijna niet kon zien. Bundels van licht strekte zich van punt tot punt en hij keek hoe wezens, die leken op degenen die bij hem waren, de lichtbundels gebruikten alsof het looppaden waren. Voortgeduwd door zijn twee metgezellen liep Teddy door een lange hal en onder zijn blote voeten viel hem het luxe pluche karpet op. Ze kwamen bij een deuropening en hij werd naar binnen geleid. Alles was er zo stil dat het hem angstig maakte. De stilte was naargeestig en toen hij rondom zich heen keek voelde hij dat er geen liefde was, geen emotie, enkel de doodse stilte.

De grijze wezens waren koud, lachten en communiceerden niet. De kleine kamer deed Teddy denken aan de kamer van een dokter, gevuld met kasten, balie’s en vreemde apparatuur. In het midden van de kamer stond een glimmende metalen plaat, kleiner dan hij was en opgehangen een paar centimeter boven de vloer. Eronder zat een kleine vooruitstekende rand of opstapje en daar zetten de wezens hem op, met zijn rug tegen de koude metalen plaat. Het was moeilijk voor hem om de kamer goed te bekijken omdat die alleen verlicht werd door een zacht, vaag, blauwachtig licht dat geen waarneembare bron leek te hebben.

Iemand anders kwam de kamer binnen, een vrouw met bordeauxrood haar, kort geknipt en met een pony. Haar gezicht was opgemaakt met rouge en haar lippen waren donker gekleurd. Ze droeg een witte laboratoriumjas, alsof ze een doktersassistente was. “Doe je kleren uit,” droeg ze hem mentaal op. “Nee,” dacht Teddy aan haar terug. “Dat wil ik niet.” Zijn protest negerend kleedden de vrouw en de twee grijze wezens hem met geweld uit en daarna liep ze naar een balie waarboven vele lichten pulseerden. Teddy zag grote beeldschermen boven de balie en andere apparaten die hij niet thuis kon brengen. De vrouw drukte enkele knoppen in of haalde schakelaars over, of zoiets, Teddy was daar niet helemaal zeker van, en toen begon de metalen plaat waar hij tegenaan stond van kleur te veranderen.

“De wand achter mij lichtte op,” vertelde Ted aan Barbara. “Ik heb het gevoel dat ze vanaf de andere kant van de kamer naar mij kijken, het lijkt op een röntgenapparaat en ze kunnen dwars door mij heen kijken. Of misschien is er achter op de wand iets wat ze van gegevens voorziet. De wand achter mij is wel grappig en hun ogen bekijken hem dwars door de kamer. Ze kijken naar mij, ze praten over wat ze op de wand zien. Het heeft met mij te maken.” Hier pauzeerde hij even en concentreerde zich op de beelden van zijn binnenste. “Ze hebben iets met mij gedaan,” vervolgde hij, “en ze kijken, ze bekijken hoe het nu is.”

Wat achter hem op massief staal had geleken, leek nu meer op een venster waardoor gekleurde lichten schenen. Teddy zag op de schermen boven de balie een serie beelden verschijnen. Als eerste herkende hij het beeld van zijn botstructuur en dan veranderde het beeld naar dat van zijn bloedvatenstelsel. Het volgende wat hij kon zien waren zijn interne organen en terwijl elk beeld veranderde leek het alsof dit apparaat absoluut alles opnam wat zich in zijn lichaam bevond. Het telde zelfs het aantal haren op zijn hoofd.

Teddy schrok toen de plaat waartegen hij stond plotseling begon te bewegen, hij bewoog langzaam achterover totdat hij horizontaal lag, als op een tafel. Hij tilde zijn hoofd op en zag de grijze wezens naderbij komen. Ze droegen een vreemd apparaat dat hem deed denken aan een koptelefoon, ze plaatsten dat op zijn hoofd zodat het zijn oren bedekte. Er kwam geluid uit het apparaat, raadselachtig in het begin, maar het werd al snel pijnlijk toen het aanhield. Hij vond dat geluid niet leuk en hij wilde die koptelefoon weg van zijn hoofd en hij wilde weg uit die kamer en bij die wezens vandaan.

De vrouw kwam terug van de balie met een glas in haar hand. Het was gevuld met een groene vloeistof en Teddy was verbaasd over de manier waarop de vloeistof gloeide in het gedimde licht van de kamer. “Drink dit,” communiceerde ze en stak het glas uit naar Teddy. “Nee,” schudde Teddy zijn hoofd. “Ik wil naar huis.” “Drink dit nu op,” drong ze aan, “anders kan je niet naar huis. Als je naar huis wilt moet je doen alsof ik je moeder ben.” “Jij bent mijn moeder niet,” dacht hij terug aan haar, maar ze bleef onbewogen. “Nadat je dit hebt opgedronken,” ging ze verder, “kun je naar huis.” De vrouw straalde geen enkele emotie uit, maar Teddy was bang en gaf zich over. Zonder nog iets te zeggen nam hij het glas en dronk van de gloedvolle drank. Meteen voelde hij zich ziek en misselijk en pijn vlamde op alsof zijn binnenste in brand stond. Hij ging achterover op de tafel liggen en voelde zich steeds zieker worden, totdat hij begon over te geven. Slierten groene vloeistof dropen langs zijn mond en kin, nog steeds een gloed uitstralend, maar hij voelde zich tenminste niet ziek meer.

En toen, alsof hij 30 centimeter vanaf de tafel op zijn voeten stond, kon Teddy zijn eigen lichaam daar bewegingloos zien liggen. “Ben ik dood?” vroeg hij zich af. Iets wolkachtigs en vormloos begon op te rijzen uit het kleine lichaam. Teddy was verbaasd terwijl hij toekeek hoe die massa langzaam samensmolt in een prachtig evenbeeld van hemzelf en hij zag dat het was verbonden met een streng aan de druppels groene vloeistof op zijn gezicht. “Het is mijn ziel!” dacht hij in verwondering. Het miniatuurbeeld draaide zich naar de roodharige vrouw en keek naar haar. Teddy kon een grote hoeveelheid emotie voelen die van de vorm afkomstig was. Hij voelde dat het pure liefde uitstraalde, onmiddellijke vergevensgezindheid aan haar, ondanks dat hij niet begreep waarom.

De vrouw ging terug naar de balie voor een zwarte rechthoekige doos, die ze vervolgens naar de tafel bracht waarop Teddy’s lichaam lag. In één vloeiende beweging draaide ze het lichaam om en plaatste de zwarte doos op het schouderdeel. Er werden toen draden aan de doos verbonden en de vrouw activeerde het. Het kleine evenbeeld, de ziel, werd langzaam in de doos gezogen, waarna de vrouw de doos weghaalde en op de balie terugzette. Vervolgens trok ze een instrument vanuit het plafond en activeerde dat.

“Ik zie iets wat lijkt op een tandartsboor,” beschreef Ted voor Barbara, “een soort boor aan een haak. Ze gebruiken dat bij het werken aan mijn hoofd, laag in de nek.”
“Kun je beschrijven wat ze doen?” vroeg Barbara.
“Ze doen iets aan beide zijden van de achterkant van mijn nek, het lagere gedeelte,” zo verklaarde Ted. “Ik houd daar niet van dat ze dat doen, dat is wanneer er dingen gaan gebeuren in mijn geest, wanneer ik ze dat zie doen.”
“Wat gebeurt er dan in je hoofd?”
“Wat ik niet leuk vind, is dat ik dan dingen begin te vergeten,” Ted zocht naar woorden om de situatie te beschrijven. “Ik kan het mij moeilijk herinneren.”

Teddy zag een dunne bundel licht aan de top van het instrument terwijl hij toekeek hoe de vrouw het naar de onderkant van zijn nek bewoog. Met de lichtbundel verwijderde ze snel het hoofd van de romp en plaatste dat in een container die op de vloer stond en ongeveer de grootte van een mandje had. Daarna bewoog de plaat in een wat schuine stand zodat het bloed uit het lichaam in een vat kon vloeien. Teddys geest werd helemaal leeg. Toen hij zich weer wat gewaar werd hoorde hij een geluid dat leek op een zuurstofapparaat op afstand. En hij keek neer op rijen en rijen korte tonnen of containers.

“Geef me alle indrukken van waar je nu bent,” droeg Barbara hem op.
“De kamer is een stuk groter,” zei Ted, “en ik kan kasten zien, zoals in een gymnastieklokaal. Er lijken kasten te zijn helemaal rondom de wanden, overal.

De containers pulseerden op het ritme van het geluid en hij kon zien dat ze waren gevuld met een donkerrode vloeistof waarin stukken vlezig weefsel ronddreven. De wanden van de containers leken gemaakt te zijn van koeienhuid en het uiteinde van elke container deed hem denken aan de genitaliën van een koe en terwijl hij toekeek opende één van die uiteinden zich en liet een placenta-achtige bubbel van rode substantie los. De grijze wezens pakten die massa op en brachten het naar een soort wasbak. Ze openden een kraan en waste voorzichtig de bubbel. Toen ze zich weer omdraaiden kon Teddy zien dat ze een kleine baby vasthielden.

“Beschrijf deze kasten eens Ted?” vroeg Barbara.
“Het zijn geen kasten,” reageerde hij en bij elk woord klonk hij steeds meer geërgerd. “Het zijn containers en ze openen die en in al die dingen zit iets.”
“Wat zit er dan in”? vroeg Barbara.
“Ik kan het niet zien,” fluisterde hij om dan snel adem te halen. “Oh! Oh! Nee! Ik wil weg!” Ted vocht om van de bank bij Barbara af te komen, in paniek vanwege zijn zicht op de containers. Alles wat Barbara kon doen was hem te bedwingen terwijl zij zijn angst trachtte te beteugelen om hem weer onder controle te krijgen. “Ga weer liggen Ted,” sprak ze zacht, “en ontspan. Ontspan. Het is in orde, je mag huilen, het is oké.”

Eén van de wezens liep naar een laag kastje in de kamer met de containers, opende de deur en plaatste de baby erin. Het andere wezen activeerde het kastje en een paar minuten later ging het kastje weer open. Er schoof een wat leek op een klein windtunnelapparaat uit. Daar binnenin was een plateau en op dat plateau zag Teddy een lichaam liggen, identiek aan dat van hem en geheel naakt. De wezens brachten het lichaam over naar de schuin geplaatste tafel en legden het op het metalen oppervlak. Toen kwam de vrouw met de zwarte doos terug en plaatste die op de borst van het lichaam. Teddy kon niet exact zien wat er op dat punt werd gedaan, maar hij kon zien dat het naakte lichaam in korte, spastische trekken begon te bewegen. Daarna begon de borst op en neer te gaan, alsof het lichaam nu ademde. De vrouw verwijderde de zwarte doos en zette het weer op de balie terug. Zij en haar helpers staken vervolgens lange naaldachtige instrumenten in het hoofd.

“Ze doen een heleboel dingen,” vertelde Ted aan Barbara toen hij weer wat gekalmeerd was. “Ze steken iets in mijn voet, dichtbij de tenen.”
“Wat steken ze daar dan in?” vroeg ze.
“Ik weet het niet, maar er wordt me verteld dat het mij sterk en groot zal maken en ze druppelen iets in mijn ogen.”
“Wat is daar de reden voor?”
“Ik weet het niet,” reageerde hij, “mijn ogen doen zeer, alsof ze heel droog en geïrriteerd zijn. Iemand blijft mij maar vertellen dat het goed is, dat ze met een minuutje klaar zijn en dat ik dan naar huis kan.”

Eén van de grijzen bracht daarna de hoofdtelefoon naar de vrouw. Zij plaatste het op het lichaam en zette de apparatuur op de balie weer aan. “Ik heb herinneringen!” dacht Teddy, “ik heb weer gevoel!” Een moment daarvoor voelde en wist hij niets, maar nu wist hij weer wie hij was. Hij herinnerde zich alles en het voelde alsof hij weer in zijn originele lichaam terug was en met een golf van emotie schreeuwde hij mentaal uit dat hij naar huis wilde. Maar hij moest nog meer ondergaan. De grijzen hielpen hem overeind van de tafel en hij was nu helemaal terug in zijn lichaam, het lichaam dat zij hadden gecreëerd en geactiveerd, en ze leidden hem naar een andere kamer. Daar wachtte een heel ander persoon op hem, een man gekleed in een paars pak en lange cape, hij was klein en mager en leek meer op een mens dan de anderen. Zijn huid was bijna oranje-wit, een meloenkleur, en zijn ogen leken vreemd omdat er geen wenkbrauwen boven zaten. Zijn donkere haar, dat een scherpe V-vormige haarlok op zijn voorhoofd vormde, leek onnatuurlijk, alsof het op zijn hoofd was geverfd. De man trok Teddy ongeduldig mee en leek een akelig karakter te bezitten waardoor de jongen zich niet echt op zijn gemak voelde.

Maar voordat er iets anders kon gebeuren, kwam er een andere man de kamer binnen. Deze leek totaal menselijk, met vriendelijke ogen en kort, blond haar. Hij droeg bloezende, oude stijl kleding met een smaragdgroene kleur en met een belegsel in goud en wit. De blonde man zei iets tegen de slechtgehumeurde man dat Teddy niet kon verstaan, maar hij kreeg de indruk dat ze ruzie over hem maakten. Toen stampte de donkerharige man boos met zijn voet op de grond, draaide rond en verliet de kamer.

De blonde man hurkte naast Teddy en lag zijn arm rond de schouders van de kleine jongen. Zijn zachtaardige, troostende, bijna sensuele gedrag kalmeerde Teddy’s angsten. De man begon uit te leggen wat er was gebeurd, hij vertelde Teddy van de containers en de procedures die waren uitgevoerd. Hij sprak alsof het kind een volwassene was en hij vertelde hem dat hij in staat zou zijn om deze informatie meteen tot zich te nemen. Hij verklaarde dat er periodieke veranderingen in het evolutionaire proces van de originele Teddy zouden zijn en dat van tijd tot tijd, om verschillende redenen, een dergelijke uitwisselingsprocedure voor Teddy nodig zou zijn om op die wijze zijn doel hier waar te kunnen maken. Hij vertelde de jongen dat hij hem zo nu en dan zou bezoeken om er zeker van te zijn dat alles zou gaan zoals het zou moeten en dat de man studie deed naar een nieuwe manier van benadering van iets dat Teddy niet helemaal begreep. Hij vertelde Teddy ook dat er iets was gedaan aan zijn moeder en dat de genealogische structuur van zijn beide ouders was gebruikt tezamen met iets anders. Teddy begreep dat hij deel uitmaakte van een experiment betreffende het voortbestaan van het leven, dat hij op zekere wijze was betrokken bij de laatste fases van ontwikkeling.

Toen de uiteg was beëindigd nam de blonde man Teddy’s hand en leidde hem door een deur naar een grote gehoorzaal. Daar stonden ze samen op een podium en toen Teddy naar de menigte in de grote gehoorzaal keek zag hij nog veel meer van de grijze wezens. Er waren ook talloze dieren onder hen aanwezig. Ze waren daar allemaal als publiek tezamen gekomen en wachtten op en keken naar hem, zo dacht Teddy. Vanaf de andere kant van het podium zag Teddy de donkerharige man weglopen met twee andere jonge kinderen, een jongen en een meisje die ook naakt waren. De roodharige vrouw arriveerde ook en ze nam de twee kinderen van de man over en bracht ze naar waar Teddy en zijn metgezel stonden. De blonde man tilde Teddy omhoog en hield hem op voor het publiek zodat ze hem goed konden bekijken en daarna deed hij hetzelfde met de twee andere kinderen.

“Iedereen, deze groep mensen die stond te kijken,” zei Ted, “was daar zo leek het om het goed te keuren. Ze waren om de een of andere reden blij met ons.”
“Hoe zei je dat deze ruimte eruit zag?” vroeg Barbara.
“Het is een gehoorzaal,” herhaalde hij. “Er is een hele groep mensen daar en heel veel dieren. Ik weet niet wat sommige van deze dingen zijn. Ik zie enkele grote, harige wezens zoals een Bigfoot en enkele afschuwelijke dingen die lijken op half-mens half-mier of half-kakkerlak. De bidsprinkhaanachtigen zijn groot en hebben enkele bijna mensachtige kenmerken. Vreemde rood-bruine, wormachtige wezens en enkele bontharige bruine vette wezens. Er zijn er ook die lijken op een kruising tussen mens en aap en allemaal kijken ze naar ons.”

De blonde man begon het publiek toe te spreken en sprak over toekomstige generaties. Op een scherm achter hem flitste beelden die lieten zien hoe de voortbrengselen voor en na de procedure die Teddy had ondergaan eruit zagen. “Zie je,” zei de man trots, “deze zijn precies hetzelfde als de originele kinderen.” Hij verklaarde voor het publiek dat deze kinderen het product waren voor de toekomstige generaties op aarde.

Ted’s borst begon weer flink op en neer te gaan en zijn gevoel van irritatie nam toe.
“Wat komt er nu in je hoofd op,” vroeg Barbara.
Ted kreeg het voor elkaar om te zeggen: “Oooh!” Maar plotseling begon hij van angst en boosheid met lange, bedroefde uithalen te schreeuwen. Barbara probeerde hem te kalmeren, maar hij was te bang om te luisteren.
“Ik zag die containeropening weer!” schreeuwde hij met smart en beefde ongecontroleerd.
“het is in orde, je hoeft niet bang te zijn,” moedigde Barbara hem met zachte stem aan, terwijl Ted de bank beetgreep en vocht tegen de sidderingen die zijn lichaam verzwakte.
“Ik weet wat erin zit en dat is waarom ik het niet leuk vind. Er zit een andere ik in. Oh!, Oh! Ik wil het niet nog eens doen! Ik wil stoppen!” Zijn ogen vlogen open en hij staarde in paniek om zich heen. Maar hoe hij ook trachtte zijn herinneringen te stoppen, ze bleven komen. “Ze stoppen mij daarin en nemen het er weer uit,” jammerde hij, “ze veranderen het. Er zit een andere ik daarin.” De tranen stroomden nu over zijn wangen en de stuiptrekkingen ebden langzaam weg.
“Het is oké, het is in orde,” herhaalde Barbara. “Je hebt dat er nu uit, je bent nu in orde. Je voelt je nu veel beter nu je het onder ogen hebt gezien.”
“Ik ben niet in mijn moeder gemaakt,” zei Ted en huilde opnieuw. “Ik weet het, ik zag het, er zijn er meerdere van mij, die precies op mij lijken.”
“Hebben die allemaal jouw vriendelijke aard en jouw grootmoedige geest?” vroeg Barbara. “Hebben zij allemaal jouw soort ziel?”
“Ik weet het niet, ik weet het niet,” schreeuwde Ted plotseling uit. “Ik wil nu opstaan!”
Barbara hield nog even aan en kalmeerde Ted totdat zijn angst wegzakte. Ze had dit meer meegemaakt, het afreageren, het vrijkomen van onderdrukte emotie die soms vrijkomt als een ontvoerde bewust een situatie van intens trauma doorleeft. Toen Ted de beangstigende ontvoering op acht jarige leeftijd meemaakte, was hij niet in staat geweest zijn angst te uiten, maar nu, met de warme ondersteuning van Barbara voelde hij zich veilig genoeg om het allemaal naar boven te laten komen. Toen hij eenmaal kalmer was geworden lag Barbara hem terug op de bank en bracht hem langzaam vooruit in de tijd en uit de trance.

Website Karla Turner: http://www.karlaturner.org


******************

Ik ben maar een gemiddelde burger, die zo goed mogelijk probeert te leven. Soms moet ik me echt door de dagelijkse beslommeringen heen worstelen en er het beste van zien te maken. Ik probeer wel zoveel mogelijk van het leven te genieten. Maar geldt dat niet voor iedereen? Soms doe ik iets prachtigs, soms maak ik vreselijke fouten, maar al doende leert men. Toen ik mezelf in de extreme situaties bevond die ik in dit boek beschrijf, reageerde ik zoals u waarschijnlijk ook zou doen. Ik kon nauwelijks geloven wat me overkwam. Ik begon echt aan mezelf te twijfelen, en ook aan de mensen met wie ik naar aanleiding daarvan in aanraking kwam. ‘Hoe kon je normale mensen in vredesnaam duidelijk maken dat dit allemaal echt was?’ Het was voor mij makkelijker om te denken dat ik zelf gek geworden was.

Debbie Jordan
Uit haar boek: Ontvoerd

TERUG NAAR ARTIKEL