PRINTBARE VERSIE

HET SPOOR VAN DE BEESTMENS

Overgenomen uit X Factor door Paul Harmans

De cryptozoöloog Dr. Karl Shuker werpt nieuw licht op de zoektocht naar de Sasquatch, (de Big Foot) de Yeti en andere zogenaamde ‘harige beestmensen’ en toont ons fotografisch en tastbaar bewijsmateriaal.

De Sasquatch.

Op 20 oktober 1967 schoot veefokker Robert Patterson een stukje amateurfilm dat de hele wereld zou overgaan. Samen met zijn compagnon Bob Gimlin reed hij te paard langs de Bluff Creek in Noord-Californië, toen de mannen aan de overkant van het water iets groots en harigs zagen. De paarden werden schichtig, het wezen ging rechtop staan en bleek een reusachtig, gorilla-achtig beest te zijn, met goed ontwikkelde borsten, donkerbruine vacht en een opvallend spitse kop. Het beest ging er op de achterpoten snel vandoor en keek nog even om naar de twee verblufte ooggetuigen, alvorens in het omringende bos te verdwijnen. Maar Patterson rende er te voet achteraan en kon er met zijn filmcamera nog wat kleuropnamen van maken.

Het wezen dat Patterson filmde.

Schuw wezen.
Deze beestmens, ook bekend onder de inheems-Indiaanse naam Sasquatch en de naam Big Foot, is in veel gebieden van de VS en Canada waargenomen, maar vóór de Patterson-film hadden slechts weinigen buiten Noord-Amerika er ooit van gehoord. Tegenwoordig is de Sasquatch echter een van ’s werelds bekendste (zij het ook schuwste) beestmensen, die door honderden ooggetuigen is gesignaleerd.

De Sasquatch wordt meestal beschreven als een zeer krachtig gebouwd, aapachtig wezen van twee tot vier meter lengte, dat vrijwel rechtop loopt. Het heeft een donkere huid die meestal bedekt is met een diepbruine of zwarte vacht, een wijkend voorhoofd, een brede, platte neus, opvallend lange armen die tijdens het lopen heen en weer zwaaien, krachtig gespierde poten, geen staart en zeer grote voeten die vijftenige afdrukken tot een halve meter lengte achterlaten (hoewel ook drie- en viertenige afdrukken zijn gesignaleerd.)

Sasquatsch.

Het wezen schijnt allerlei planten te eten, inclusief wortels en bessen, maar ook dieren zoals herten. Het houdt zich op in dichtbegroeide bosgebieden, soms ook in familieverband, en is berucht om zijn schuwheid en ongrijpbaarheid.

Uitgestorven primaat?
Sommige cryptozoölogen geloven dat de Noord-Amerikaanse Sasquatch een Nieuwe-Wereldversie is van de uitgestorven reuzenprimaat Gigantopethicus. De Experts hebben als theorie dat een klein aantal van deze wezens is blijven bestaan en in Europa en Azië bekend is geworden als de Verschrikkelijke sneeuwman, oftewel de Yeti.

Westerse onderzoekers hebben lange tijd aangenomen dat er slechts één Yeti-soort bestond, maar in 1960 onthulde Sir Edmund Hillary, de beroemde bergbeklimmer en Yeti-jager, dat de Nepalezen zelfs drie verschillende soorten kenden. De kleinste daarvan is de Tehlma, ongeveer één meter groot, met een rode vacht en kleine voeten. Dit wezen houdt zich op in de betrekkelijk warme Himalaya-valleien van Nepal en Tibet en lijkt op een primitieve vorm van de menselijke pygmee.

De ‘echte’ Yeti, het bekende type dat in de meeste verslagen voorkomt, is de Mehteh. Hoewel woonachtig in dezelfde gebieden als de Tehlma, heeft de Mehteh een manshoog voorkomen met een kegelvormige kop en een roodbruine vacht. Dit wezen verblijft meestal in de dichtbegroeide bergwouden; wanneer het op grotere hoogte soms een kale sneeuwvlakte moet oversteken, laat het de beroemde ‘Sneeuwman’-voetsporen met twee grote tenen achter.

Adruk in de sneeuw.

De grootste van de drie Yeti’s is de Dzuteh, ook wel Rimi genoemd, die tot drie meter lang schijnt te zijn. Deze heeft een ruige, donkere vacht en zeer grote voeten, met afdrukken die op mensenvoeten lijken. In tegenstelling tot andere Yeti’s leeft de Dzuteh niet in de Himalaya, maar wordt gesignaleerd in de hoogste, meest onbegaanbare gebieden van Tibet, Bangladesh, Myanmar, Mantsjoerije en Noord-Vietnam. Sommige onderzoekers denken dat deze reuzenyeti een overlevende nazaat is van de Gigantopethicus en verwant is aan de Sasquatch.

In de afgelopen eeuw zijn talloze expedities op zoek geweest naar de ongrijpbare Yeti. Ze werden op touw gezet door beroemdheden als Sir Edmund Hillary, Lord Hunt, kolonel John Blashford-Snell, de Texaanse oliemiljonair Tom Slick en de Britse alpinist Chris Bonington – maar veel bewijzen heeft het allemaal niet opgeleverd. Zelfs de roemruchte Yeti-schedel, die Hillary in 1960 in bruikleen kreeg van het Nepalese Khumjung-klooster en naar Engeland meenam, bleek later te zijn vervaardigd uit de huid van een geitachtige bergantilope, de serow.

Nog in 1996 ontdekten twee Australische artsen tijdens hun trektocht door de Himalaya een afgelegen grot bij de waterval van Yalung La, waarin ze een strobed aantroffen. Hun sherpa’s beweerden dat het hier om een rustplaats voor Yeti’s ging, maar de Yeti’s zelf waren in geen velden of wegen te bekennen.

Gemummificeerde resten.
Ironisch genoeg is het waarschijnlijk allerbeste bewijsstuk voor het bestaan van minstens één Yeti-soort blijkbaar vernietigd, nog vóór de wetenschap er kennis van kon nemen. In 1953 beweerde de Tibetaanse lama Chemed Rigdzin Dorje Lopu dat hij in verschillende kloosters twee gemummificeerde exemplaren van de reuzenyeti of Dzuteh had onderzocht. De Tibetanen staan bekend om hun mummificeringstechniek en deze bewaard gebleven Yeti’s hadden de zoölogie dus het lang verwachtte antwoord kunnen geven op de vraag of de reuzenyeti inderdaad een overlevende nazaat van de Gigantopethicus was. Maar nadat Tibet in 1959 door China onder de voet was gelopen, werden duizenden kloosters geplunderd, waarna er helaas niets meer is vernomen over de door Lopu gesignaleerde Yeti-mummies.

Naast de Yeti schijnen er ook meerdere types van de Chinese wildeman of Yeren rond te lopen. Tegenwoordig neemt men aan dat de kleinste versie daarvan een ongewoon groot type makaak-aap is. Voor het bestaan ervan is al geruime tijd bewijsmateriaal aanwezig, in de vorm van een geconserveerd handenpaar, afkomstig van het lichaam van zo’n dier nadat het in mei 1957 dood werd aangetroffen op een berg in Zhejiang. In 1985 ving men in de buurt van de berg Huangshan, in de provincie Anhui, zelfs een levend exemplaar dat in de dierentuin van Hefei werd tentoongesteld.

Ook nu weer beschouwen sommige onderzoekers deze Yeren als een overlevende nazaat van de Gigantopethicus. Anderen houden het op de mogelijkheid dat het om een orang-oetantype gaat – een diersoort die in China officieel al lang uitgestorven is. Feit is dat het zogenaamde Yeren-haar na analyse aan geen enkele bestaande diersoort kan worden toegeschreven.

Aangemoedigd door zulke positieve bevindingen, benoemde de Chinese regering in 1994 de Onderzoekscommissie voor Vreemde en Zeldzame diersoorten, met als speciale taak het onderzoek naar de Yeren. In juni 1997 meldden wetenschappers in Shennongjia dat ze daar honderden Yeren-voetsporen hadden aangetroffen, sommige tot 38 cm lang, samen met nieuwe haarmonsters die het ongrijpbare wezen had achtergelaten.

Een belangrijke reden voor de hardnekkigheid waarmee Chinese wetenschappers achter de Yeren aanzitten, is de beloning van ruim 50.000 euro die de plaatselijke VVV heeft uitgeschreven voor inlevering van een exemplaar. Geen wonder dat het inmiddels beroemde beestmens nogal wat premiejagers naar het gebied heeft gelokt.

Familie van de mens?
Sceptici doen de beestmens-verslagen af als foutief beoordeelde waarnemingen van beren of apen – of als volstrekte bedenksels van de zogenaamde ooggetuigen. Om hun mening kracht bij te zetten beweren ze dat deze wezens, als ze al bestaan, reeds lang geleden door de wetenschap ontdekt zouden zijn. Dit standpunt houdt echter geen rekening met het feit dat zulke wezens, mochten ze werkelijk bestaan, vrijwel zeker naaste familieleden van de moderne mens zijn. Als zodanig zijn de beestmensen niet alleen de intelligentste mysterieuze wezens (ook wel cryptiden genoemd) die momenteel op ontdekking wachten, maar tegelijkertijd ook de cryptiden die zich het moeilijkst laten vangen. Dus waarom zouden wij mensen moeten aannemen dat er tot op heden slechts één soort overleefd heeft?

Gipsafdruk van Big Foot.

Getuige John Cleare.
Beroepsfotograaf/alpinist John Cleare organiseert al sinds het midden van de jaren’70 expedities naar de Himalaya. X Factor vroeg hem of hij tijdens zijn reizen bewijzen heeft gevonden voor het bestaan van beestmensen:

In oktober 1978 stuitte ik in Nepal op voetsporen die ik alleen maar aan de Yeti’s kon toeschrijven. Ons basiskamp lag op grote hoogte en we moesten onze spullen 305 meter hogerop naar een col dragen (een col is een richel tussen twee bergtoppen.) Dat was minstens 2 tot 3 uur sjouwen geblazen; de col was alleen bereikbaar via een razend lastige helling met smeltsneeuw. En daar hebben we die voetsporen gezien.

Waarom dacht u aan Yeti-sporen?

Het was een tweevoeter, maar we zaten heel hoog, dus het kon nooit een beer geweest zijn… beren komen nooit zo hoog. Wij zaten zo hoog omdat we ons basiskamp buiten bereik van plaatselijke dieven wilden houden. En omdat we elke dag die klim moesten maken, hadden we langzamerhand de beste route naar de col uitgestippeld. We kwamen er achter dat degene die de voetsporen had achtergelaten óók die route had gebruikt. Dat betekende dus dat het een intelligent wezen moest zijn.

Komt de plaatselijke bevolking ook wel eens Yeti’s tegen?

Toen we aan de plaatselijke Tibetanen, de sherpa’s, vroegen waar die voetsporen vandaan konden komen, zeiden ze: van de Yeti’s. Maar sherpa’s nemen de toeristen soms flink in de maling; Europeanen zijn altijd op zoek naar Yeti’s, en iedereen kent wel iemand die een Yeti heeft gezien.

Maar zijn die voetsporen dan genoeg bewijs?

In zo’n desolaat landschap loop je gauw iets mis. Ik heb sporen van de sneeuwluipaard gezien, maar nooit het beest zelf. In het uiterste westen van Nepal hebben ze pas in 1970 Draviden ontdekt.

Reuzenvoetstappen.
De beroemdste Yeti-voetsporen werden in 1951 gefotografeerd door de Britse alpinist Eric Shipton, op de Menlung-gletscher bij de Nepalees-Tibetaanse grens. Op sommige foto’s staat bij wijze van schaalaanduiding een pikhouweel afgebeeld; uit de reeks blijkt het voornaamste verschil tussen Yeti- en menselijke voetsporen: de Yeti schijnt een opvallend lange en brede tweede grote teen te bezitten. Veel van de voetafdrukken die aan de Sasquatch worden toegeschreven zijn door de wetenschap intussen afgedaan als nep, maar een paar ervan lijken toch wel echt te zijn. Bij die afdrukken zijn dunne richels op de voetzolen en onder de tenen zichtbaar, ongeveer zoals bij vingerafdrukken. Zoiets is niet alleen lastig na te maken, maar het is bovendien een lichaamskenmerk van hogere primaten – dus geen afdruk van een beer, het dier dat sceptici noemen als het om de identiteit van de Sasquatch gaat.

Voetafdruk gefotograveerd door Eric Shipton.

Theorie van de reuzenaap.
Tal van onderzoekers, onder wie de antropoloog prof. Krantz, zijn er van overtuigd dat de Sasquatch in feite een vermoedelijk lang uitgestorven reuzenprimaat is, die bekend staat als de Gigantopethicus.

Fossielen van dit dier, dat wordt beschouwd als een hoogontwikkelde aap, of als een aapachtig familielid van de mens zelf, zijn tot nu toe alleen in Azië aangetroffen; de jongste ervan is 300.000 jaar oud. In die tijd was Siberië door een landtong met Alaska verbonden, zodat sommige populaties van de Oude naar de Nieuwe Wereld konden trekken.

Het geheimzinnigste aspect in de geschiedenis van de Gigantopethicus is de vraag waarom hij uitgestorven zou zijn. De conclusie is dat hij zijn verspreidingsgebied heeft uitgebreid en geleerd heeft de mens te mijden. (Volgens mij is deze conclusie geen antwoord dat past op de vraag waarom hij uitgestorven zou zijn, maar zo staat het in het artikel. Paul Harmans.)

mooie bigfoot-site

DIVERSEN